Behandelmethoden
Naar de homepageBij elke patiënt met claudicatio intermittens zal gekeken worden welke behandeling de beste optie is. Hierbij wordt vooral gekeken naar de mate waarin de klachten voor u hinderlijk, en daarmee invaliderend zijn. Zo zal een jonge man, met jonge kinderen, een loopafstand van 500 meter als invaliderend ervaren, en zal een hoogbejaarde dame in het verzorgingshuis weinig hinder hebben van een loopafstand van 500 meter. Het doel van de behandeling is het vergroten van de pijnvrije loopafstand en de kwaliteit van leven.
Conservatieve behandeling
Hiermee wordt bedoeld dat de arts vooralsnog niet kiest voor een meer ingrijpende behandeling, maar eerst probeert om met aanpassing van leefregels, medicatie en paramedische begeleiding de klachten te verhelpen.
Gesuperviseerde looptherapie
Bij patiënten met claudicatio intermittens is aangetoond dat conservatieve behandeling, waarbij patiënten gestimuleerd worden veel te lopen, meestal leidt tot verbetering van de loopafstand. Er zijn veel onderzoeken gedaan waarin looptraining vergeleken werd met andere vormen van behandeling. Uit al die onderzoeken bleek dat de maximale pijnvrije loopafstand na looptherapie duidelijk verbeterd was (tot 210%).
Over de precieze mechanismen die verantwoordelijk zijn voor de verbetering van de loopafstand is helaas nog weinig bekend. Uit alle onderzoeken komt naar voren dat een loopprogramma, waarbij minimaal drie keer per week tegen de maximale pijngrens aan wordt gelopen, het beste resultaat geeft.
Het beste resultaat krijgt u zodra u begeleiding krijgt van een fysiotherapeut die is speciaal in claudicatio intermittens is geschoold. Op deze site vindt u alle fysiotherapeuten die u mogen helpen bij uw behandeling.
Voor meer informatie over looptherapie kunt u terecht op de volgende pagina: looptherapie.
Medicamenteuze therapie
Tot nu toe is er geen enkel medicijn dat bewezen heeft de pijnvrije loopafstand aanmerkelijk te vergroten. U zult het dus op eigen kracht moeten doen! Omdat de klachten die u heeft, veroorzaakt worden door slagaderverkalking, is het heel belangrijk dat u hier medicijnen voor neemt. Zo moet u altijd een bloedplaatjesremmer gebruiken, die de stolling van het bloed tegen gaat. Ook moet u een medicijn gebruiken dat de cholesterol verlaagt. Ook al is het cholesterol niet verhoogd: toch is het belangrijk om deze middelen te nemen, omdat cholesterol een beschadigende werking heeft op vaatwand. Daarnaast moet de bloeddruk goed gecontroleerd worden, bijvoorbeeld door uw huisarts. Indien u twijfels heeft, bespreek dit dan altijd met uw arts en stop niet zomaar!
Percutane behandeling
Dotteren (de officiële term is Percutane Transluminale Angioplastiek, afgekort met PTA) is een veel gebruikte behandeling waarbij met behulp van een ballon de vernauwde slagader van binnen uit weer doorgankelijk wordt gemaakt.
Bij deze procedure wordt eerst een katheter ingebracht, meestal in de liesslagader. Vervolgens wordt contrastvloeistof ingespoten, waarna een röntgenfoto (angiogram) wordt gemaakt. De radioloog kan nu bepalen waar de vernauwing zich precies bevindt. Een kleine ballon wordt over een voerdraad naar de vernauwde slagader geschoven en ter hoogte van de vernauwing opgeblazen.
De vaatwand wordt opgerekt en de bloeddoorstroming is hersteld. Soms wordt een stent gebruikt om er voor te zorgen dat de vaatwand in zijn opgerekte positie blijft en de behandeling ook op langere termijn effectief is.
Met een dotterbehandeling wordt weliswaar een sneller effect bereikt dan met conservatieve therapie (looptherapie), maar dit voordeel is niet altijd blijvend. In de regel wordt gekozen voor een dotterbehandeling als met conservatieve therapie onvoldoende resultaat wordt verkregen of als herstel van de bloeddoorstroming op korte termijn wenselijk is.
In vergelijking met een operatie is dotteren voor de patiënt een minder belastende procedure met een kortere opnameduur en een sneller herstel, zodat dit de voorkeur heeft boven een operatie. Zeker korte en op zichzelf staande vernauwingen zijn hier geschikt voor. Zeer lange vernauwingen of meerdere vernauwingen over een grotere afstand lenen zich er in het algemeen minder goed voor. Een deel van de matig lange termijn resultaten na het dotteren wordt veroorzaakt door het weer opnieuw vernauwen van het bloedvat dat gedotterd is. Soms treedt er plaatselijk een reactie van de vaatwand op na het dotteren waardoor het bloedvat zich weer vernauwt (restenosering).
Wanneer een stent?
In de regel is het plaatsen van een stent alleen noodzakelijk als na een dotterbehandeling de “opgerekte” vaatwand weer terugveert en ondersteund moet worden om open te blijven. Ook wordt een stent gebruikt als een volledige vaatafsluiting (occlusie) weer doorgankelijk wordt gemaakt met behulp van een dotterbehandeling.
Operatieve behandeling
Met moet zich steeds afvragen of het voordeel van een operatie bij claudicatio intermittens wel opweegt tegen de kans op vroege en late complicaties die een operatie met zich meebrengt. Een operatie kan een optie zijn als de klachten, gezien de leeftijd, de levensstijl en/of het beroep van de betreffende patiënt, als onacceptabel of invaliderend wordt ervaren. In het algemeen zijn vaatchirurgen in Nederland terughoudend met een operatie voor claudicatio intermittens.
Voor de operatieve behandeling van vernauwde of afgesloten slagaders zijn in feite twee vaatchirurgische technieken te onderscheiden:
1. Het weer doorgankelijk maken van het bloedvat, door de vaatwand zelf schoon te schrapen (remote thromb-endarteriëctomie, TEA).
2. Een omleiding maken om de vernauwde slagader heen (bypassoperatie).
Voor deze operaties geldt dat er een afweging gemaakt moet worden tussen het te verwachten resultaat en de mogelijke complicaties. Ook wordt u pas geopereerd, als blijkt dat looptherapie onvoldoende resultaten biedt.




