Stellen van de diagnose
Naar de homepageIndien uw klachten passen bij perifeer arterieel vaatlijden moet verder onderzoek verricht worden om de aandoening vast te stellen en de ernst hiervan te bepalen.
Diagnostiek
Voor het stellen van de juiste diagnose is het stellen van de pijnvrije loopafstand van belang en de mate waarin u de klachten als beperkend ervaart. De arts zal bij lichamelijk onderzoek een vergelijking maken tussen het zieke en het gezonde been. Hierbij wordt ondermeer gekeken naar kleurverandering en kleurverschil, beharing, nagels en temperatuurverschillen. Ook zal hij aan de voet controleren of hij de slagader voelt kloppen (pulsaties). Als de arts geen pulsaties voelt in de voet, dan zal hij met een eenvoudig onderzoek, namelijk het meten van de enkel/arm index, zijn vermoedelijke diagnose bevestigen.
Enkel/arm index
Wanneer er sprake is van een vernauwing in een bloedvat, zal de bloeddruk achter de vernauwing lager zijn dan voor de vernauwing. De arts zal daarom de bloeddruk ter hoogte van de armen vergelijken met de bloeddruk ter hoogte van de enkels. Dit gebeurt met behulp van een bloeddrukmeter en een Doppler-apparaat. Met een Doppler-apparaat kan de arts met gebruikmaking van ultrageluid de richting en de snelheid van het bloed bepalen. Wanneer de bloeddruk in de enkel hoger is dan of gelijk is aan die in de arm, is er in de regel geen sprake van slagadervernauwing. Is de bloeddruk in de enkel lager dan die in de arm (lager dan 90%) dan is slagadervernauwing in het been aannemelijk. Ook patiënten met een normale enkel/arm index, waarbij de index na een looptest meer dan 15% daalt, hebben waarschijnlijk vaatlijden. Het onderzoek is pijnloos en duurt ongeveer een kwartier.
Vervolgonderzoek
De voorkeur wordt gegeven aan non-invasief vaatonderzoek. Letterlijk betekent non-invasief: niet binnendringen. Bij onderzoek worden de bloedvaten als het ware door de huid heen onderzocht, zonder dat er een toegang in het lichaam gemaakt wordt. Net als het meten van de enkel/arm index, is ook het duplexonderzoek non-invasief. De angiografie daarentegen is wel invasief.
Duplexonderzoek
Bij een duplex wordt een Doppleronderzoek gecombineerd met echografie. Echografie maakt gebruik van geluidsgolven, die met behulp van het echoapparaat door het lichaam worden gestuurd. Hiermee kan de aard en de ernst van de afwijking in het bloedvat in beeld worden gebracht. Tegelijkertijd wordt met het Doppleronderzoek de invloed van de afwijking op de stroomsnelheid van het bloed in het aangedane bloedvat bepaald. Het onderzoek is tijdrovend en vereist deskundigheid. Indien ervaren en geschoold personeel aanwezig is op het vaatlaboratorium van het ziekenhuis kan een groot deel van het vaatstelsel met een duplexonderzoek betrouwbaar in beeld worden gebracht. De betrouwbaarheid is in ieder geval voldoende om patiënten te selecteren voor een dotterbehandeling. Ook dit onderzoek is verder geheel pijnloos en onschadelijk.
Angiografie (DSA en MRA)
De beste onderzoeksmethode met de meest betrouwbare informatie over een bloedvat is angiografie (intra-arteriële DSA). Met behulp van contrastvloeistof, die via een katheter (slangetje) in de slagader wordt ingebracht (meestal in de lies), kunnen in principe alle bloedvaten onder röntgendoorlichting zichtbaar worden gemaakt. Echter, dit onderzoek is veel minder patiëntvriendelijk. Er moet een sneetje in de lies worden gemaakt om de katheter in het bloedvat te brengen, contrastvloeistof wordt toegediend en de patiënt moet na afloop blijven liggen om te voorkomen dat de aangeprikte slagader problemen gaat geven. Een dergelijk onderzoek zal daarom ook pas in tweede instantie worden uitgevoerd.
Er komen steeds meer aanwijzingen dat indien de technische faciliteiten en expertise aanwezig zijn de Magnetische Resonantie Angiografie (MRA) de DSA kan vervangen. Voor een MRA onderzoek wordt de patiënt in een soort koker geschoven. Er worden geen röntgenstralen maar magnetische golven op het te onderzoeken lichaamsdeel uitgezonden.




